Het gebruik van antibiotica

Een antibioticakuur moet altijd zorgvuldig worden ingenomen. Alleen dan worden alle bacteriën gedood en kan de infectie genezen. Een paar dingen die heel belangrijk zijn bij het gebruik van antibiotica:

  • Maak de kuur helemaal af. Sommige antibioticakuren duren maar 1 of 2 dagen. Andere kuren duren langer, soms zelfs wel een aantal weken. Dit hangt af van het soort antibioticum, maar ook van de aandoening waarvoor u het geneesmiddel gebruikt. Welke antibioticum de arts ook voorschrijft, zorg er altijd voor dat u de kuur helemaal afmaakt. Ook als de klachten na een paar dagen al verdwenen zijn. Als de kuur vroegtijdig wordt afgebroken, is de kans groot dat niet alle bacteriën verdwenen zijn. Hierdoor kan de infectie terugkeren.
  • Neem het medicijn verdeeld over de dag en op vaste tijdstippen in. Zo bereikt het bacteriedodende middel regelmatig de infectie en krijgen bacteriën geen kans om zich weer voort te planten. Bent u een keer vergeten om het geneesmiddel in te nemen? Dan moet u dit zo snel mogelijk alsnog doen, tenzij het al bijna tijd is om de volgende dosis in te nemen. In dat geval verschuift de gemiste dosis naar het einde van de kuur, zodat u alsnog alle medicatie gebruikt. In de bijsluiter leest u meer over dit onderwerp.

Hoe neem ik de antibiotica in?

Antibiotica bestaan in veel toedieningsvormen. Er zijn capsules, tabletten, drankjes, zalven, crèmes en druppels. In de bijsluiter leest u hoe u uw antibioticakuur moet innemen of aanbrengen. Sommige antibiotica die oraal gebruikt worden (capsules, pillen en drank), moeten tijdens of na de maaltijd worden ingenomen. Dit verkleint de kans op vervelende maagdarmklachten als buikpijn, misselijkheid en diarree. Andere moeten juist op een lege maag worden geslikt. Na het aanbrengen van een antibioticazalf of -crème moet u goed de handen wassen. Zo voorkomt u dat het middel in uw ogen of mond komt en daar bijwerkingen veroorzaakt.

Bijwerkingen

Alle medicijnen, dus ook antibiotica, kunnen bijwerkingen veroorzaken. Vaak wordt een antibioticakuur echter zonder noemenswaardige problemen verdragen. De bijwerkingen die eventueel kunnen optreden verschillen per antibioticum. De meest voorkomende klachten zijn onder andere:

  • Diarree, misselijkheid en andere maagdarmklachten (bij antibiotica die worden ingenomen). Dit wordt veroorzaakt doordat de antibiotica ook de goede bacteriën in de darmen aantasten. Hierdoor verandert de darmflora en kan de ontlasting dunner worden.
  • Huiduitslag door overgevoeligheid. Het kan dan gaan om jeuk, vlekjes of bultjes, soms gepaard met koorts. Raadpleeg een arts als u last krijgt van deze symptomen, deze kan een andere antibioticakuur voorschrijven.

Klachten die minder vaak genoemd worden zijn onder andere schimmelinfecties, hoofdpijn en duizeligheid. In de bijsluiter staat een volledig overzicht van de mogelijke bijwerkingen. Raadpleeg de arts als u erg veel last heeft van bijwerkingen, of als u bijwerkingen ervaart die niet in de bijsluiter vermeld staan.

Antibiotica en andere medicijnen

Antibiotica kunnen de werking van andere medicijnen nadelig beïnvloeden. Andersom kan dat ook het geval zijn. Dit proces wordt wisselwerking genoemd. Een paar voorbeelden van medicijncombinaties die elkaar tegenwerken:

  • Tetracyclines + bloedverdunners: de antibiotica kunnen de werking van sommige bloedverdunners versterken, waardoor het bloed te dun wordt.
  • Macroliden + cholesterolverlagers (bepaalde statines): deze combinatie kan spierzwakte of spierpijn veroorzaken.
  • Chinolonen + maagzuurbindende middelen: de antibiotica worden door de maagtabletten minder goed in het lichaam opgenomen.

De arts weet welke geneesmiddelen wisselwerkingen met elkaar kunnen hebben. Het is daarom belangrijk dat u bij het online consult vermeldt welke medicijnen u gebruikt. Ook homeopathische medicijnen, zelfzorggeneesmiddelen, de anticonceptiepil en voedingssupplementen kunnen een wisselwerking hebben met antibiotica!