Soorten antibiotica

Antibiotica zijn er in vele soorten. Iedere soort heeft zijn eigen werking, en is daardoor geschikt om een bepaalde bacteriegroep aan te pakken. Sommige antibiotica doden veel verschillende soorten bacteriën. Deze geneesmiddelen worden breedspectrum-antibiotica genoemd. Als een medicijn slechts één of een paar soorten bacteriën doodt, spreekt men van een smalspectrum-antibioticum. De antibiotica zijn onder te verdelen in de volgende groepen:

  • Penicilline: een van de oudste en meest gebruikte antibiotica. Penicilline werd in 1928 ontdekt en is sindsdien ontwikkeld tot een uitgebreide antibioticagroep. Dit geneesmiddel breekt de celwand van de bacterie af, waardoor deze sterft. Tot de penicilline-antibiotica behoren onder andere Amoxicilline, Flucloxacilline en Ampicilline.
  • Tetracycline: deze antibioticasoort zorgt ervoor dat een bacterie geen eiwit meer kan aanmaken. Zonder eiwitten kan de bacterie niet overleven. Tetracyclines remmen de groei van veel soorten bacteriën. Artsen schrijven deze antibiotica onder andere voor bij huidinfecties en geslachtsziekten. Voorbeelden van deze antibioticagroep zijn Doxycycline, Minocycline en Oxytetracycline.
  • Macrolide: een van de meest voorgeschreven soorten antibiotica. Macroliden remmen de eiwitaanmaak van veel verschillende bacteriën. Dit medicijn wordt gebruikt als een behandeling met andere antibiotica niet mogelijk is (bijvoorbeeld door een penicilline-allergie) of niet helpt. De bekendste macrolide-antibiotica zijn Azitromycine, Claritromycine en Erytromycine.
  • Chinolonen: een antibioticasoort die de celdeling van de bacterie beïnvloedt, waardoor deze zich niet kan vermenigvuldigen. Bekende antibiotica uit deze groep zijn onder andere Ciprofloxacine en Ofloxacine.
  • Cefalosporine: deze antibiotica doden bacteriën door de structuur van hun celwand te verstoren. Dit geneesmiddel wordt vaak gebruikt als andere antibiotica niet werken doordat de bacterie resistent tegen het middel is geworden. Cefalosporinen zijn dus een soort reserve-antibiotica. Cefixime en Cefalexine zijn antibiotica die tot deze groep behoren.
  • Nitrofurantoïne: dit antibioticum zorgt ervoor dat de bacterie geen energie meer heeft om te groeien en te leven. Nitrofurantoïne wordt meestal voorgeschreven bij een urineweginfectie.
  • Lincomycine: een antibioticasoort die de eiwitaanmaak in de bacterie beïnvloedt, waardoor deze niet kan voortleven. Medicijnen uit deze groep geven goede resultaten bij diverse soorten bacteriële infecties. Zo wordt Clindamycine vaak gebruikt bij huidaandoeningen als acne en rosacea.
  • Aminoglycosiden: deze antibiotica doden bacteriën door de aanmaak van eiwitten te verhinderen. Dit geneesmiddel wordt vaak lokaal toegepast. Een voorbeeld van aminoglycoside-antibiotica is Gentamicine, een vloeistof die wordt voorgeschreven bij oogontsteking.
  • Trimethoprim: dit geneesmiddel verhindert de aanmaak van foliumzuur in de bacterie. Hierdoor kan een bacterie niet verder leven. Trimethoprim wordt vaak gebruikt in combinatie met antibiotica van het sulfanomide type, omdat deze elkaars werking versterken.
  • Metronidazol: Metronidazol is een antibioticum dat veel soorten bacteriën, schimmels en parasieten doodt en daarom bij veel infecties kan worden gebruikt.

De diverse soorten antibiotica hebben niet alleen een eigen werking, maar kunnen ook verschillende bijwerkingen hebben. Sommige antibiotica veroorzaken bijvoorbeeld maagdarmproblemen, zoals diarree of misselijkheid. Andere kuren kunnen klachten geven als hoofdpijn, duizeligheid of schimmelinfecties. Ook de wijze en duur van inname kan per antibioticakuur verschillen. In de bijsluiter van het medicijn vindt u specifieke informatie over het gebruik van de antibiotica.